Stilte | Segundo Demei

Als het stil is, hoor ik slechts de krekels zoemen.
En als de zon verdwenen is, dan hoor ik in de verte
de kikkers met een onbestemd geluid.
Maar is het wel eens stil?

Als het stil is en er zijn geen krekels en geen kikkers
dan hoor ik het zingen van de blaad'ren
als stemmen die vervagen.
Maar wordt het nog wel stil?

Als het stil is hoor ik het ruisen van de zee,
het gekabbel van de golven,
die immer gaan maar nimmer komen.
Maar blijft het ooit wel stil?

Als het stil is hoor ik de auto's rijden,
en ik hoor de mensen schreeuwen,
de stilte wordt verkracht
en nooit lijkt het stil.

En als het echt eens stil zal zijn,
en ik hoor de golven niet, de krekels niet,
dan fluistert slechts de stilte
Wat is het nu toch stil.

Maar als het eindelijk stil zal zijn,
en zelfs de stilte zwijgt,
dan is mijn zijn niet meer
en zal voor mij de stilte zijn.

Segundo Demei – 30 november 1998
(aan mijn moeder, die vandaag jarig zou zijn)