Rust

Ze stierf thuis, vroeg in de nacht, omringd door enkele dierbare vrienden die haar de laatste maanden van haar leven gezelschap hadden gehouden en voor haar hadden gezorgd. Het ziek zijn had zijn sporen achtergelaten, de laatste fase was zwaar geweest. Voor haar en ook voor de mensen om haar heen. Wanneer ik in de stilte van de nacht arriveer, ligt zij op bed. Een schim van wie ze ooit was. Op de rouwkaart zal staan: een onwaarschijnlijk levenslustige, rebelse en charismatische vrouw.
Samen met mijn vaste team verzorg ik haar overleden lichaam. We kleden haar in de jurk die zij zelf voor dit moment heeft uitgekozen en leggen haar in de bamboe uitvaartmand die haar vrienden voor haar hebben uitgekozen. We kammen haar haren en stiften haar lippen. We doen haar haar rode schoenen aan. Het lijden van de afgelopen maanden, heeft plaatsgemaakt voor rust. Bij haar, en nu ook bij de vrienden die haar hebben moeten laten gaan. In de stilte van de vroege ochtend begeleiden zij haar het huis uit. De rouwauto verdwijnt langzaam uit het zicht. Een witte roos op bed markeert de plek waar ze is gestorven.